Wit, rijk en rechts - mag ’t misschien?

Wit, rijk en rechts - mag ’t misschien? Foto: © Marte

Laat ik dit stukje beginnen met een excuus: ik ben een man. Of vertoon althans sterke gelijkenissen met deze grof gebouwde, agressieve verschijningsvorm van de homo sapiens. Sinds #metoo moet je dat soort dingen erbij zeggen. En liefst voeg ik er aan toe: niet zomaar een man, ook nog eens een witte man uit een voormalig koloniaal rijk.

Het is maar dat u het weet, alvorens ik aan het onderwerp van dit cursie e toekom: mannen en vrouwen, en waarom het laatstelijk niet zo lekker lijkt te lopen tussen onze soorten.

In de dertien jaar dat ik mij voorstelde als hoofdredacteur van de glanzende glossy Quote, kreeg ik de vraag ontelbaar vaak gesteld: waarom staan er zo weinig hakken op de 500-rijkenlijst? En de vrouwen die er op stonden dankten, treurig genoeg, hun vermogen in de meeste gevallen aan een erfenis of een fortuinlijke scheiding. Bleven over: uitzendmevrouw Sylvia Tóth, modewinkelier Madeleine Pauw en, natuurlijk, Nina Brink, hierna te noemen mevr. Storms. Hoe die laatste madame haar miljoenen vergaard heeft is vooral voer voor psychologen, maar een zekere kracht, misschien zelfs mannelijkheid, kunnen wij het verschijnsel Nina niet ontzeggen.

Inmiddels zijn we een halve generatie verder en kunnen we constateren dat nauwelijks meer vrouwen de top halen en de ‘500’ een man cave blijft. Een mannengrot, bevolkt door entrepreneurs die aan het oertype van onze soort voldoen. Ze zijn jagers, altijd hongerig op zoek naar een prooi en naar meer, meer, meer. Kennelijk meten vrouwen zich die rol minder snel aan. Tot voor kort gaf ik daar de klassieke verklaring voor: vrouwen zijn minder ambitieus, en stappen sowieso uit de ratrace als de eerste baby zich aandient. Ze willen gewoon niet, zorgen liever dan dat ze monomaam geld sprokkelen, zoals wij ééndimensionale manspersonen.

Kan zijn. Maar de vraag is of dat aangeboren is. Sinds begin dit jaar nodig ik voor mijn wekelijkse radioprogramma drKelderenco wetenschappers uit. Soms schuift een professor in de genderstudies aan. Die dames - want ja, het zijn altijd vrouwen - passen doorgaans prima in het progressieve profiel. Karikaturaal gezegd: ze hebben kort haar, zijn ongeneeslijk links, willen ‘de mannenmaatschappij’ hervormen en kozen ‘vrouwenstudies’ om hun eigen preoccupaties te funderen. Best irritant, al ben ik er zeker van dat omgekeerd hetzelfde gebeurt met reactionaire jongeheren die economie gaan studeren om hun geloof in de ‘invisible hand’ van het marktdenken te onderbouwen.

Maar nu mijn conclusie: die felle mevrouwen hebben gelijk. De vrouw is van nature niet ongeschikt tot het leveren van grootse kapitalistische prestaties, maar wordt het in onze opvoeding en opleiding afgeleerd ‘mannelijk gedrag’ te vertonen. De vraag is of dat erger is dan wanneer vrouwen meer op de andere sexe gaan lijken, inclusief wat mannelijke onhebbelijkheden als stelen, oorlogvoeren en verkrachten. U mag het zeggen.

Ps. Nog weten wat ik van #metoo vind? 1) Je bent een sneue kerel als je vrouwen je hitsigheid probeert op te dringen. En je bent een slimme maar doortrapte dame als je seksualiteit inzet als wapen. 2) Laat het flirten nooit stoppen, het is de essentie van het mannetje of vrouwtje zijn. Hoe meer hormonen er door de kantoortuin gieren, hoe beter de werksfeer en hoger de prestaties. 3) Lul er niet over. Doe.

 


Reacties