Tussen de soep en de aardappelen

Tussen de soep en de aardappelen

Bij familiebedrijven denken we vaak automatisch aan de zogenaamde papa- en mamabedrijven: kleine ondernemingen waar het zakelijke erfgoed van vader op zoon wordt overgedragen en waar iedereen alle zeilen bijzet om de boel bijeen te houden. De statistieken breken resoluut met dat beeld: meer dan 50% van de ondernemingen in ons land zijn familiebedrijven en daaronder bevinden zich ook grote, bekende namen. Denkt u maar eens aan SHV, de onderneming van de familie Fentener Van Vlissingen met een omzet van 15,25 miljard euro in 2007.

Ongeacht de omvang zijn er bepaalde eigenschappen die deze ondernemingen met elkaar gemeen hebben. De zeggenschap is veelal in handen van een aantal mensen dat tot dezelfde familie behoort. De inzet en betrokkenheid zijn doorgaans hoger dan bij ‘gewone’ organisaties. Die medaille van loyaliteit toont helaas soms ook haar andere kant: loyaliteit aan familie kan strijden met zakelijke belangen, waardoor conflicten, verstoorde relaties en zelfs langdurige vetes kunnen ontstaan.

Voorbeelden zijn er te over, mogelijk ook in uw zakelijke kringen. De ene zoon die zich achtergesteld voelt bij de andere. De tweede generatie die rigoureus breekt met de eerste en daarmee verwikkeld raakt in een bittere strijd van onbegrip en teleurstelling. Het familielid dat niet op kwaliteiten, maar op afkomst naar voren wordt geschoven. Het zakelijke dispuut dat thuis tussen de soep en de aardappelen venijnig verder smeult. Het zijn allemaal conflicthaarden die geblust, maar liever nog voorkomen kunnen worden door een paar spelregels in acht te nemen. 

Zorg allereerst voor een duidelijke scheiding van rollenpatronen. Zoals een cliënte van mij ooit zei: “Op de zaak is mijn vader niet mijn vader, maar een mededirecteur.” Een transparante organisatie-structuur maakt voor iedereen de verwachtingen duidelijk en dat geeft een stevige basis. Hetzelfde geldt voor de aandeelhouders- en stemovereenkomsten. Als de zeggenschap goed is geregeld, worden ieders belangen geborgd. Als het dan toch verkeerd dreigt te gaan, biedt een geschillenregeling uitkomst. Vaak zie je dat zo’n regeling pas gemist wordt als de gemoederen hoog oplopen. Dat is zonde, want door zo’n regeling in een vroeg stadium op te stellen, het liefst met een onafhankelijke vertrouwenspersoon als bemiddelaar, kun je terugvallen op afspraken die zijn overeengekomen op een moment dat de verhoudingen nog goed waren. 

Bij het oplossen van conflicten moet het belang van de vennootschap voorop staan en juist dat uitgangspunt raakt snel vertroebeld door familiezaken. Een familiebedrijf is bijna gelijk aan een huwelijk. Je kunt nóg zoveel van elkaar houden, maar als de liefde bekoelt en de zienswijzen steeds verder uiteenlopen, zijn goede afspraken een reddingslijn voor de toekomst. Zeker als afscheid nemen verregaande persoonlijke en financiële consequenties heeft.

Rob de Bruin

Reageren? 
La Gro Advocaten: 
rdebruin@lagrolaw.nl


Reacties