De onzekerheid heerst in zakenland Nederland. Niets menselijker dan dat. Ook bij ons. INTO business verspreidt elk kwartaal tien magazines in tien regio’s. Deze worden stuk voor stuk feestelijk gelanceerd. Natuurlijk zijn al deze bijeenkomsten gecanceld. Maar de uitgevers en ik vroegen onszelf daarnaast af: moeten de magazines wel verschijnen? Zitten mensen wel te wachten op verhalen die grotendeels zijn geschreven voordat het coronavirus in deze omvang om zich heen begon te grijpen?
Maandag 16 maart, 9.00 uur, conference call. De beslissing valt: het wordt uitstel of afstel. De uitgevers besluiten om hun klanten en leveranciers te informeren. Maar een kwartier later hebben we toch weer contact met elkaar. “We moet wel verschijnen”, zegt Martijn van Dalen. Hij krijgt bijval van Werner van den Bosch en Oscar Middeldorp: “Ik heb nu vijf ondernemers gebeld en die vinden dat de wereld, voor zover dat kan, gewoon moet doordraaien. Laat de persen draaien.” Even later bellen Arno de Fuijk en Ilse Looij. Zij vertellen wat Jorn Janmaat en ik inmiddels ook hebben gehoord. Die nacht draaiden onze eerste vier magazines. De rest volgt.
De speech van Rutte galmt door in mijn hoofd. “Zorg goed voor elkaar.” Het was een haast koninklijke doch emotionele oproep. Zorg goed voor elkaar. Ik bel mijn moeder, 79 lentes. Ze zegt: “Ik ben vanmorgen al door drie mensen gebeld met de vraag of ze boodschappen voor me kunnen halen.” Ook het MKB moet goed voor elkaar zorgen. Ook al hebben we allemaal zorgen, ook al staat de wereld op zijn kop en ook al heeft niemand van ons ooit een ramp van deze omvang meegemaakt.
Onze mediakanalen staan wijd open, on- en offline. Voor elke ondernemer en voor elk bedrijf. Vertel ons uw verhaal, ook als het niet over rozen gaat. U zult begrip, bijval en hulp oogsten.
Namens al onze uitgevers,
Dennis Captein