Brood, daar zit wat in

Brood, daar zit wat in

Ondernemen is topsport. Zeker als je te maken hebt met een versproduct als brood. Hoe kijken Ruud van Klaveren en zijn zoons Erik en Patrick van Bakkerij Visser uit Alphen aan den Rijn naar deze stelling? Welke vergelijkingen kunnen zij trekken? Heeft deze coronacrisis invloed op hun onderneming? En welke plannen smeden zij voor de toekomst? Een diepte-interview.

Allereerst de stelling: ondernemen is topsport. Wat zeggen jullie daarvan?
Erik: “100% waar! Wat we hier doen is inderdaad topsport. Iedere dag opnieuw. Wij strijden dagelijks een race tegen de klok. Dat komt omdat we met een versproduct werken. Vóór de openingstijden van de winkels moeten de verse broden in het schap liggen. Door heel Nederland. Dat betekent dat de deadline om 3 uur ’s nachts is. Dan moeten alle bestellingen klaar staan zodat de chauffeurs op tijd kunnen vertrekken, en dat elke dag opnieuw. Je kunt dat zeker vergelijken met topsport; in ons werk mag je niet verslappen. Ook is het van het grootste belang dat ons machine- park blijft draaien. Als er een storing is, wordt dat nog spannender. Iedereen moet dan een stapje harder lopen.”

In de sport zeggen ze weleens: “Het is gemakkelijker aan de top te komen, dan aan de top te blijven.” Toch staan jullie al jaren achter elkaar aan de top. Wat is het geheim?
Ruud: “Ons geheim zit in de betrokkenheid van onze mensen. Er is hier een enorme teamspirit.
De sfeer is uitstekend en er is nauwelijks verloop. Inmiddels hebben we 120 mensen in dienst. Zo’n 80 van hen werken hier al langer dan tien jaar, waarvan ook nog eens zo’n 30 langer dan twintig jaar. Velen van hen zijn doorgegroeid. Wij zeggen regelmatig gekscherend dat Bakkerij Visser de beste jeugdopleiding heeft; jongens die hier als zestienjarige begonnen zijn, zijn doorgegroeid naar bijvoorbeeld teamleider of operationeel manager. Zij groeien met ons mee. Zo blijven we aan de top.”

Lees meer

 

Gekoppeld aan dit bericht


Reacties